Tjonge, ik weet niet waar ik last van had de afgelopen maanden maar ik was niet vooruit te branden. Iedere keer dacht ik, wat zou ik toch eens met mijn leven gaan doen. Zittend op de bank verzon ik de prachtigste plannen maar tot uitvoer kwam het niet. Was de midlifecrisis toegeslagen wellicht? Snel keek ik naar de gemiddelde levensverwachting van een vrouw in Nederland. Direct was ik weer gerust gesteld, nee, ik was nog niet halverwege, dus een midlifecrisis kon het niet zijn.
Ik bekeek mezelf eens goed in de spiegel en dacht, er is veel Roos om van te houden, misschien zelfs wel een beetje te veel. Ik besloot over te gaan tot maatregelen. Ik heb namelijk altijd gedacht dat mijn buik in mijn spijkerbroek moest passen en er niet over heen moest hangen. Voor de zekerheid checkte ik deze aanname op straat. Hmm, op straat waren de meningen nogal verdeeld zag ik. Sommige buiken pasten wel in hun broek maar sommige deden een poging om er onderuit te komen.
Net toen ik de omvang van mijn buik zat was, werd ik gebeld door een dame met een ziek paard. Of ik alsjeblieft meteen kon komen, want het paard was zo ziek. Zo gezegd zo gedaan. Na de behandeling stond het paard weer vrolijk voor zich uit te kijken. De eigenaresse in kwestie was me erg dankbaar. Wat bleek, ze is de eigenaresse van een gewichtskliniek. Als je om hulp vraagt aan het universum, komt er ook direct wat op je pad, dat bleek maar weer. Vol goede moed toog ik naar de gewichtskliniek al waar ik als dank, in de loop van 8 weken, 8 kilo achterliet. Zij blij, ik blij en waarschijnlijk ook mijn paarden blij. Vooral bij het opstijgen van de paarden, merk ik een enorm verschil. Mijn spijkerbroek en buik zijn inmiddels weer vrienden.
Het eerste probleem was opgelost, fysiek zat ik weer in de goede richting. Nu moest ik op zoek naar een oplossing voor mijn geestelijke probleem. Ik besprak mijn probleem met vrienden. Gelukkig zijn het vrienden en hebben ze een lange adem. Voor mijn gevoel hield ik weken, zo niet, maanden lang hetzelfde betoog. Ja maar, ik weet niet wat ik wil, was steevast wat ik riep. Ik zei dat ik maar naar kantoor terug zou gaan. Ze keken me allemaal aan of ik gek geworden was. Tja, daar moest ik ze wel gelijk in geven. Wat moest ik nou toch op kantoor? Kon ik me dan die jaren niet meer herinneren dat ik daar ziek was. Het werk kon ik wel waarderen, dat wist ik nog wel, maar zo’n gebouw met mensen, binnen moeten zitten, geen paarden om je heen. Nee, dat was vragen om fysieke problemen. Die had ik nou juist opgelost, dus dat was ook geen optie.
Het universum vond dat ik maar traag van begrip was en besloot een handje te helpen. De rekeningen vlogen me aan alle kanten om de oren. Ik moest zo verschrikkelijk veel geld betalen dat mijn bankrekening in no-time aan anorexia leed. Nog immer zat ik op de bank te bedenken wat ik doen moest. Ook toen het geld op was, leek ik nog niet te begrijpen wat er aan de hand is. Ik vroeg mijn ouders om hulp die direct ter wille waren me te helpen. Zo de huur was weer betaald en ik kon weer terug op de bank. Had ik dat even goed geregeld. Alles betaald en nog steeds niet in beweging.
Ik ging op bezoek bij een fijn mens, eveneens iemand die veel ziet en waarneemt. Ook daar deed ik mijn beklag. Ik loop maar aan te klooien zei ik, er gebeurt niks. Hij was het er helemaal niet mee eens. Fysiek beweeg je wellicht niet zei hij, maar geestelijk ben je keihard aan het werk. Dat kwam als een verrassing, die had ik niet zien aan komen. Het slot waarmee ik gevangen zat in mijn eigen leven, begon zich langzaam weer te openen. Ik besloot onmiddellijk gebruik te maken van het idee dat ik hard aan het werk was. Ik vergaf mezelf mijn geklaag en gesteun en begon te werken aan mind-control. Iedere keer als ik merkte dat ik ‘vast’ zat in mijn denken, stopte ik mijn gedachtegang en begon ik aan iets anders te denken. Dat wierp direct zijn vruchten af. Gelijker tijd las ik wat boeken, o.a. een boek van Ray Hunt (master of horsemanship). Wil je iets bereiken met een paard, zegt Ray, dan moet je werken aan jezelf. Kijk, daar had ik wat aan. Ik was op de goede weg.
Wat me nu nog te doen stond, was een aanvalsplan verzinnen voor mijn eigen leven. Of beter gezegd, voor het geldgenererende deel van mijn leven. In mijn vrije tijd zat het wel goed inmiddels. Veel bezig, veel met de paarden. School was ook weer begonnen dus ook geestelijk werd ik weer geprikkeld. Het enige waar ik nu nog naar op zoek was, was inspiratie en regelmaat. Het universum kwam me weer te hulp. De walnotenboom in de tuin begon zijn blad te verliezen. Dit gaf een enorme bladerzooi zowel bij mij als bij de buren. Ik besloot om iedere ochtend om 7 uur op te staan en te gaan vegen. Het ging niet om de blaadjes, het ging om de regelmaat, om de fysieke inspanning, om de ontspanning, om uit het hoofd en in mijn schoenen. Iedere ochtend veegde ik de stoep schoon en gelijkertijd werd het schoner in mijn hoofd. Ik zag weer licht aan het einde van mijn tunneltje.
Nu ik mezelf weer bij elkaar geraapt had, werd het tijd voor het vergroten van mijn eigen bedrijf. Ik had geen idee waar ik beginnen moest en besloot mijn parelli paarden vrienden hulp te vragen. De meeste van hen werken zelf ook ‘in de paarden’ en hebben een eigen bedrijf. Ervaring sprak me toe. Ik voelde me aan alle kanten gesteund.
Fysiek gaat het me goed, geestelijk ben ik weer wakker en geinspireerd. Mijn financiele anorexia maakt langzaam weer plaats voor een gezond financieel beleid. De winter komt er aan. Normaliter gebruik ik de winter om te bezinnen, om in mijn cocon te kruipen en mijn leven te aanschouwen. Deze winter is dat niet nodig. Mijn winterslaap heb ik deze zomer al gehad. Deze winter ga ik genieten van de zomer in mijn hart. De zon schijnt. Ik heb er zin in. Veel les geven, veel behandelen en veel genieten van mijn eigen paarden. Ik neem ook mijn toetsenbord weer ter hand. De blog-posts komen er weer aan.
Bedankt voor jullie geduld!
Roos